Het Tourgevoel van… Mieke Havik

Tijdens de allereerste Tour de France voor vrouwen in 1984 is de Oranje-brigade zeer succesvol. Aanvoerder van deze pionierende generatie en eerste Tour de France féminin gele-truidraagster ooit, is Mieke Havik. De Noord-Hollandse renster is nog immer trots op de strijd die de dames toen hebben gevoerd om het vrouwenwielrennen stevig op de kaart te krijgen. “Of ik jaloers ben op de rensters van nu? Nee joh, alleen maar trots!”

Wie de geschiedenisboeken erbij pakt, ziet dat 1984 een heel bijzonder jaar voor de vrouwenwielersport is. De dames rijden namelijk voor het eerst een wegwedstrijd op de Olympische Spelen en rond diezelfde periode gaat ook de allereerste editie van de Tour de France Féminin van start. Nederland komt met een ijzersterk team richting startplaats Bobigny, waar naast Havik ook Petra de Bruin (3), Connie Meijer (3), Heleen Hage (3) en Hanneke Lieverse (1) ritten winnen, waardoor de nationale ploeg met vijftien etappeoverwinningen – van de achttien – huiswaarts keert. 

Fantaseren over de Tour
Mieke Havik (67) denkt er nog met plezier aan terug. “Ik was niet geselecteerd voor de Spelen in Los Angeles, maar dat vond ik helemaal niet zo erg”, legt ze uit. “Ik fantaseerde als kind namelijk al van de Tour de France. Dat leek me zo fantastisch om mee te maken, dat het letterlijk een droom was die uitkwam.” Het staat bepaald niet in de sterren geschreven dat Havik zou gaan koersen. Haar broers waren dan wel allen coureur, maar haar vader blijkt niet zo gecharmeerd van een dochter op de racefiets. “Hij vond de wielersport te gevaarlijk voor vrouwen”, blikt ze terug. “Maar in 1978 ben ik het toch gaan doen, nadat ik van mijn eigen gespaarde geld een fiets had gekocht.” 

Geen eindklassement
Aanvankelijk is de Volendamse vooral succesvol op de wielerbaan met een nationale titel omnium en het wereldrecord 100 kilometer. Maar in 1984 verandert alles als ze de openingsrit van de Tour in Saint-Denis wint en meteen de allereerste gele-trui-drager ooit wordt. “We waren met ons hele team erg sterk en we wonnen meerdere etappes. Het eindklassement zat er alleen voor mij niet in, omdat ik niet zo’n goede klimmer was. Ik had weleens in de Franse heuvels gereden in kleine etappekoersen, maar die grote cols waren echt nieuw voor mij.”

In totaal wint Havik in 1984 vijf ritten en de groene trui van het puntenklassement. Drie jaar later zal ze nog een etappe winnen, waarna ze aan het einde van dat jaar haar fiets aan de wilgen hangt. “Ik had best lang gefietst en wilde wat anders. Destijds zat ik in de maatschappelijk culturele hoek en schreef ik ook columns voor kranten. Inmiddels ben ik al jaren haptonoom met een eigen praktijk in Heeze.”

Grappen door de Kneet
Havik kijkt met veel trots terug op haar deelnamen aan de Tour de France Féminin oftewel de huidige Tour de France Femmes avec Zwift. “Alles was perfect geregeld, waardoor we wel profs leken. Organisatoren Félix Lévitan en jaques Goddet zagen mij daarbij al snel als aanspreekpunt van de rensters omdat ik een beetje mijn best deed om Frans te spreken.” Dat er in de tijd, door mannelijke profrenners als Gerrie Knetemann, regelmatig grapjes over de vrouwelijke collega’s worden gemaakt, deert Havik nog steeds niet. “Het werd nooit lelijk, dus kon ik het wel hebben”, legt ze uit. “Het is dan nu ook best grappig dat uitgerekend zijn dochter Roxane zo’n uithangbord en voorvechter is van het vrouwenwielrennen.”

Interview met L’Équipe
De periode waarin Havik koerste is natuurlijk niet te vergelijken met de tegenwoordige tijd. De meiden die nu de Tour rijden zijn immers allen full-prof. Toch vindt ze niet dat ze in een verkeerde tijd is geboren. “Of ik jaloers ben op de rensters van nu? Nee joh, alleen maar trots! Ik gun ze de volwaardigheid die wij toen nog niet hadden. Wij waren de grondleggers en anderen hebben daarop voortgebouwd. Dat is alleen maar goed. Daarnaast ben ik trots op wat ik heb bereikt in mijn eigen carrière. Afgelopen week kwam er een ploeg van de Franse krant L’Équipe om mij te interviewen. Dat is toch te gek? Dan besef je weer dat je toch maar mooi de eerste gele-trui-draagster ooit was.”